Verhalen van toen, "die goeie oude tijd".

van: www.kustvaartforum.com
Albert

Bericht door Albert »

_________________________________Bakkie____________________________________

Het is halverwege de jaren zestig dat we vanuit Engeland met bestemming Rotjeknor de
Noordzee over kachelen.
Ons schip is een raised quarterdecker van 550 t. dwt.
Het is mooi weer, de wind zit in de oosthoek 2 tot 3 bft. en het zeetje is rustig.
We varen in ballast en lopen hard, wel 9 mijl!
Beneden doet Aagje Brons (6ED 395 pk direct omkeerbaar) haar best.
Omdat we met leeg schip niet loodsplichtig zijn, stomen we de loodspost voorbij zonder in te houden.
Op dat moment komt de vetpriester boven stormen en roept dat de motor stop moet want het stuwlager is witheet.
‘Is het lager dan nog te redden?’ Vraagt die ouwe.
‘Nee dat niet maar de motor moet stop!’
‘Niks daarvan’ zegt die ouwe “nog geen tien minuten en we zijn binnen, zolang houdt hij het nog wel uit.’

De filosofie achter dit besluit komt neer op:
Buitengaats ben je een schip in nood en overgeleverd aan de aasgieren van Smit.
Binnen huur je een sleepbootje voor een reisje naar de werf en spaart hopen geld uit.
En omdat als het er op aankomt niet de reder maar de verzekering je baas is, moet je als kapitein zijnde op de centjes letten.

Onze vetpriester verdwijnt al sputterend in de vetput, maar nog geen minuut later meld hij zich via de spreekbuis ‘ik gooi de kar nu stop!’
Die ouwe is nu net zo witheet als het lager daar beneden ‘als je dat gvd. maar uit je bolle kop laat, ik ben hier de kapitein! Ik beslis!’
‘Maar ik ben de machinist en hier beneden beslis ik!’
En terwijl die ouwe nog staat te dreigen met hel en verdoemenis, zet de hwtk de motor stil.
Even staat die ouwe naar adem te happen, dan vliegt hij naar de brug manoeuvreerstand en draait het “orgelwiel” in standje startlucht.
De motor geeft nog geen zucht, laat staan dat hij start.
Het lager zit muurvast.
Precies datgene waar die ouwe, die dit al eens heeft meegemaakt, bang voor was.
Dan maar de spijker erin.

We liggen net noord van de vaargeul minder dan een halve mijl van De Hoek.
Met de middengolfzender vraagt de ouwe, via Scheveningen Radio, een telefoongesprek met de verzekering aan.
Wanneer het vuiltje doorgegeven is, wordt ons te verstaan gegeven dat we teruggebeld worden.
Voor het gesprek goed en wel teneinde is, zien we een grote havensleper naar buiten stomen.
Ze hebben scherpe oortjes daar bij Smit.
De sleper draait bij en manoeuvreert zijn kont onder onze kop
Een van onze Kaapverdiaanse matrozen loopt naar voren, klaar om iets aan te pakken.
Ik ga er meteen achteraan en kom net op tijd om het keesje van een hieuwlijn terug overboord te gooien.
Omdat het achterdek van de sleepboot veel lager dan onze bak is, kunnen de jongens van Smit mij niet zien.
Zittend op mijn hurken achter de verschansing, gooi ik keer op keer het keesje overboord en heb de grootste lol.
De sleper die door de stroom wordt weggezet en ook nog eens rekening moet houden met onze ankerketting, brengt zijn kont weer dichterbij.
Van beneden word er geroepen dat we de lijn moeten pakken, maar dat is nu net wat ik niét van plan ben.
Die ouwe van ons, die een en ander met stijgende verbazing heeft staan aankijken, komt met grote driftige passen door het gangboord aanzetten en informeert naar mijn geestelijke gezondheid.
Ik leg hem uit dat ik, omdat ik bij Wijsmuller heb gevaren, weet wat er speelt.
Eerst pak je een hieuwlijn aan, daaraan zit een voorlopertje van touw en daaraan een sleepdraad.
Op het moment dat je de hieuwlijn begint binnen te halen, ben je dus bezig een sleepverbinding tot stand te brengen en dat kan centjes kosten.
De woorden centjes en kosten wekken bij onze ouwe heftige gevoelens op.
Met zijn handen breed uit elkaar op het potdeksel, als een dominee op zijn kansel, spreekt hij de gemeente vermanend toe.
‘Opgesodemieterd, stelletje kloo….. lamzakken! Als ik je verdomme nodig heb, zal ik je verdomme wel roepen!’
Na deze stichtelijke woorden draait hij zich naar mij en zegt ‘Je pakt geen lijntje aan zonder dat ik het zeg.’
Nu was ik dat toch al niet van plan, dus dat komt goed uit.
Vanaf de brug wordt er geroepen dat Scheveningen Radio een gesprek voor ons heeft, dus gaat die ouwe weer rap naar achter.
Na een poosje komt hij op de brugvleugel en roept dat er een contract is tussen de verzekering en Smit en dat we vast kunnen maken.
De sleper, die natuurlijk op de middengolf heeft meegeluisterd, heeft zijn kont alweer in positie gebracht.
In no time halen we de sleepdraad binnen, die ik niet met het oog om de bolder gooi, maar om de krachten te verdelen over drie bolders beleg en daarna afbindsel met een “strontje.”
Dit heeft als bijkomend voordeel dat je, onafhankelijk van de sleper, kan losgooien wanneer je dat zelf wil.
We slingeren de motor van de ankerlier aan en gaan ankerop.
Nog voor het anker boven water is, hebben we een boeggolf zoals ik hier aan boord nog nooit heb meegemaakt.
We lopen minstens twaalf mijl!
Voor we het in de gaten hebben zijn we bij de werf, alwaar ik een paar dagen later iemand een pot dekkengroen over zijn oren trek.
“But that’s an other story” (eerlijk gejat uit, Irma La douche.)

Albert


R.Konigers
Berichten: 1030
Lid geworden op: 30 dec 2004 23:35

Bericht door R.Konigers »

Afbeelding
Nu vanuit een andere hoek....hier moet je hart toch sneller van kloppen
Albert ?

R.Konigers
Berichten: 1030
Lid geworden op: 30 dec 2004 23:35

Bericht door R.Konigers »

Afbeelding
Van voren genomen...moeders loopt net naar boven.

R.Konigers
Berichten: 1030
Lid geworden op: 30 dec 2004 23:35

Bericht door R.Konigers »

Afbeelding
Het ijswaterfonteintje bij Vulcano..waar gretig door ons gebruik van werd gemaakt.

R.Konigers
Berichten: 1030
Lid geworden op: 30 dec 2004 23:35

Bericht door R.Konigers »

Afbeelding
Hier een groepsfoto'tje van een deel van de bemanning van de Equator
links pa Konigers...midden mij even onbekend(mischien kok Heller)..en
rechts Albert....die mij vast kan met zekerheid kan vertellen wie er in het
midden staat...foto is in 1971 genomen in Lissabon.
Mvrgr Roelof

Gast

Bericht door Gast »

Mooie uitdrukking.
M n ome Manus Visser, z n hele leven marine man en meest als machinist op onderzeeërs gevaren, was een rustige man die zelden uit de plooi kwam.
Op de verjaardag van tante Wilma zat ie op zn gemak aan een jong borreltje. Tot zover niks loos. Tot ik in mn jeugdig overmoed tijdens het grijpen naar mn potje bier z n borreltje omstootte. Tijdens de stilte die hier op volgde zei ome Manus, wit wegtrekkend:

Ik zie liever een boerderij afbranden.

Harrie.

Albert

Bericht door Albert »

Hoi, Roelof,

Omdat ik maandag en dinsdag niet hoefde te werken (wij ambtenaren moeten zo nu en dan verplicht uitrusten), was ik niet op de sluis en dus ook niet op het net.
Bovendien had ik gister de hele dag een cursus “Omgaan met agressie en geweld”
Wat ik daarmee moet weet ik nu nog niet, maar het moest van de baas en de broodjes waren lekker.

Met die foto’s van vroeger doe je me allemachtig veel plezier.
Die man in het midden is inderdaad onze Portugese kok.
Zijn naam is Helder Fernando Da Silva Da Roga, inderdaad een hele mond vol.
Deze man kon minstens zo goed koken als Ronnie en was ook een heel fijn mens.
Hij was bootsman geweest op grote vissersschepen en hielp als het nodig was ook vaak aan dek, waar hij beter en harder werkte dan de matrozen.

Hallo , gast Harrie,

Leuke anekdote.
Had je Ome Manus nog meer van dat soort opmerkingen?

Albert

Albert

Bericht door Albert »

Hallo Harrie,

Ik kijk al uit naar een nieuw topic “Opmerkingen van Ome Manus” of zo iets.

Nee Harrie tot mijn spijt zit ik niet op een zeesluis, maar op Sluis Purmerend in het Noord-Hollandsch kanaal.
Hoewel, zo’n 180 jaar geleden is dit spulletje wel als zeesluis gebouwd, maar de enige zeeschepen die ik hier zie zijn van die kleine Engelse potjes en dat hoogstens 3 x per jaar.
We moeten het hier echt van de binnenvaart en jachtjes hebben.

Wat onze ouwe betreft, die was inderdaad voor niets of niemand bang, zelfs niet voor de vrouw van de reder, een eerste klas helleveeg. :evil:
Niet dat hij onverantwoorde risico’s nam.
Integendeel, hij heeft mij geleerd ‘Je hoeft het gevaar niet te zoeken jong, het zoekt jou wel.’

Nogmaals, laat ons meegenieten van Ome Manus.

Vr. gr. Albert

R.Konigers
Berichten: 1030
Lid geworden op: 30 dec 2004 23:35

Bericht door R.Konigers »

Een zomer een prachtige reis gemaakt...een lading eerst voor Patras,
aldaar (wat ik mij kan herinneren..anders zal Albert mij wel corrigeren)
lagen we tegenover het station , naast dit station was een restaurant met
een groot terras buiten..en die hadden toch zo heerlijk ijs...onvoorstelbaar...2 keer per dag even een ijsje halen..en voor de rest lekker zwemmen in de haven , op deze plek heeft deze jongen nog een eitje doorgeslikt van een een muskiet..zeker een week ben ik er doodziek van geweest , alles wat er in ging door het keelgat er ook weer uit...van Patras gingen we door het kanaal van Corinthe richting Milos.
Afbeelding
Een prachtige ervaring..zeker als klein jochie..in Milos kwamen we tegen een rotswand te liggen , alwaar een paar meter hoger een houten platform was...van dit platform werd de lading rechtsteeks in het ruim gedonderd...en stuiven die zooi...en dat met bloedheet weer..alle ramen en deuren moesten dicht. Vandaar begon een reis naar Zuid Frankrijk alwaar we onze bulklading moesten lossen...ook op zee was het bloedheet..je kon niet met blote voeten over de luiken lopen , het vel bleef er bijna aan vastkleven. De jongens aan boord kwamen op het lumineuze idee om tegen het bakschot (er zat ong. 70 cm ruimte tussen
de dwarsluikhoofd en het bakschot)een dekkleed te spannen en met de dekwasslang de boel vol te laten lopen...en zo hadden we met elkaar beschikking over een eigen zwembad...even om af te koelen..heerlijk.
Aangekomen in Zuid Frankrijk kwam de dokter aan boord voor deze jongen..maar ik voelde me net alweer een beetje opgeknapt..even maar wat antibiotica..voor de zekerheid. Mijn vader kwam glimlachend terug
van de wal..(hij had even met Gruno en dhr.Polder gebeld voor nieuwe orders...toen vertelde hij ons dat dhr.Polder tegen mijn vader had geklaagd over een dure rekening van een passage van het kanaal van Corinthe en of dat wel zo nodig was...toen had hij hem maar even uitgelegd dat we uitkomende van het kanaal voor de stroom konden opstomen naar Milos...en anders moesten we eerst westwaarts en onder Griekenland door en tegen de stroom in naar Milos...en daardoor een hele dag verspeelden en veel hogere brandstofkosten hadden. Toen dhr Polder dat hoorde was hij in een keer weer poeslief...en vertelde dat hij in ballast naar Lissabon moest varen om aldaar een ladinkje hout op te pikken.(hiervan is al eerder een foto van geplaatst). In Lissabon hadden ze net kermis..dus vaak de wal op...van Lissabon zouden we weer richting West Europa gaan..maar vanaf Lissabon begon de schroef problemen te geven(hoe en wanneer weet ik niet meer) en zijn we maar Vigo binnengelopen voor schroefreparatie..zie voorgaande verhalen.
Hier hebben we 3 week gelegen...ook een prachtige tijd gehad.
Mvrgr Roelof

Albert

Bericht door Albert »

--------------------------------------------------Jan. 4-------------------------------------------------------


In het eerste stuk van dit verhaaltje wordt ingegaan op het laadklaar maken van een coastertje van zo’n 500 ton gebouwd in 1948.
De oude rotten kunnen dit gevoegelijk overslaan, maar de jonge kabeljauwtjes die gewend zijn aan “druk op de knop en Sesam open U”, kunnen hier een glimp opvangen van een nog niet eens zolang verledentijd.

Het is 1965.
Ons bootje vaart de Nieuwe Waterweg op met bestemming Waalhaven.
Daar moeten we straks langszij een grotevaart boot, om vijfhonderd ton lood te laden voor Bilbao.

We hebben één mast in de midscheeps met per luik één boom.
We starten de motoren van de Bodewes winchen en zetten de bomen omhoog.
Maar eerst moet de antennedraad die tussen de mast en de kerstboom (mastje tussen stuurhuis en schoorsteen) hangt uit de weg
De sluitbalken (sjorringen over de kleden) draaien we los en dragen dezen naar het marsedek, waar ze in beugels worden gehangen.
De spanschroeven gooien we op een pallet.
Om het hele luikhoofd , ca. 25 cm. onder de rand,loopt een keggenbank met daarop lippen waar houten keggen achter vastzitten.
We slaan de keggen los, een jutezak vol.
Nu kunnen we de randen van de presseningen (kleden) tussen het luikhoofd en de stalen schalklatten uittrekken.
De kleden worden opgedoekt tot een pak van 120 bij 60 cm en die leggen we ook op het marsedek.
We hebben geluk dat ze droog zijn, want nat zijn die katoenen krengen niet te tillen.
Dan zijn de houten luiken aan de beurt.
Eerst worden ze sectie na sectie aan BB en SB op de zijkant op het luik gestapeld, daarna in het gangboord.
Nog steeds zijn we niet klaar, want de schilden oftewel biemsen in steenkool-engels, (zware stalenbalken) waar de luiken oplagen, moeten ook nog in het gangboord.
We pikken de haak van de laadreep in het oog van de spruit (twee staaldraden van 4 meter aan een hijsoog met aan de andere einden een paar haken) en slaan de achterste beams aan.
Deze hijsen we uit de nesten en trekken aan de talie van de gei om de boom boven het gangboord te krijgen en parkeren de beams op de houten luiken in het gangboord.
Ik sta achter de winch en terwijl de boom weer op het handje midscheeps getrokken wordt, laat ik de runner een paar meter extra vieren om ruimte te krijgen om de boom verder op te toppen.
Door de klus van de hangertrommel in zijn werk te zetten kan ik de boom optrekken tot boven de volgende beams.
Dan herhaalt dit zich tot er zeven van die nekkenbrekers in het gangboord liggen en we kunnen beginnen aan luik één.

De oplettende kabeljauwtjes zullen begrijpen dat het dichtleggen net zo omslachtig gaat.
Iets wat bij een lading suiker in papieren balen (van Tate & Lyle uit Londen wel bekend bij de ouwe rotten die nog niet hebben afgehaakt), bij een onverwachte regenbui tot een lichte vorm van paniek kan leiden.

We komen lanszij het schip waaruit we laden moeten.
Er komen gelijk twee ploegen bootwerkers aan boord en het laden begint.
Het lood is deze keer in de vorm van platen van een kleine vierkante meter, grof gegoten en niet gewalst.
Aan de randen zitten “druppels” in de grootte van knikkers.
Met de bomen van het grote schip, worden er steeds hijsjes van een halve meter hoog in het ruim gezet.

Wanneer het laden goed en wel begonnen is, komt tweede vetpriester Jan een kijkje nemen.
Jan ziet het lood en krijgt meteen de ”Dagobert Duck look” in zijn ogen.
Hoewel zijn voorkeur uitgaat naar roodkoper, is zijn tweede liefde toch lood.
De lading zit er tegen de avond al in en we maken zeeklaar onder het varen.
Nog voor we de Hoek uit zijn, zit Jan al in het ruim met een koubeitel, hamer, blikschaar en nog wat noodzakelijkheden.
De hele reis is Jan in de weer met hakken, knippen en sjouwen.
Hij heeft zelfs amper tijd om te slapen en wordt steeds bleker.
In de vetput smelt hij het lood en giet het in de conservenblikken, waar we altijd een voorraadje van hebben.
Hij heeft het ook nog op een akkoordje met de kanenbraaier gegooid, dus krijgen we de hele reis blikvoer.
In Bibao gooien we open en zien het resultaat van Jan ’s werk.
Ik moet toegeven dat hij behoorlijk zijn best heeft gedaan.
Alle platen zien er netjes uit, er is geen “knikker “ meer te bekennen.

Jan geeft me alleen maar een vette grijns, wanneer ik hem vraag, ‘Zeg eens eerlijk Jan, ging het nu om het spel, of om de knikkers ?’

Albert



Plaats reactie