Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Alles over binnenscheepvaart
Schier Hameete
Berichten: 1675
Lid geworden op: 17 mei 2009 21:34
Locatie: Wageningen

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door Schier Hameete »

Unicap je schrijft : stroomafwaarts varend bij Meaux word je vlak voor het centrum links het kanaal van Chalifert ingestuurd.
Marne afvaart.jpg
Marne afvaart.jpg (153.83 KiB) 904 keer bekeken
Op deze manier dus.
gr. schier
Afbeelding Afbeelding


unikap
Berichten: 213
Lid geworden op: 15 jan 2020 09:43
Locatie: zaltbommel

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door unikap »

Ha, leuke aanvullingen met een oude plattegrond waar de tramlijn (over het canal de l'Ourcq) ook nog op lijkt te staan.
De foto's van de invaart in het kanaal van Chalifert zijn vermoedelijk ook al van een tijdje terug! groet van een oud wageninger

PS Toe ik zag, dat onze molens niet dezefde waren ben ik nog eens gaan kijken en zie:
Bijlagen
vieux moulins de Meaux.jpg
vieux moulins de Meaux.jpg (225.58 KiB) 890 keer bekeken

ichthus
Berichten: 996
Lid geworden op: 04 dec 2011 11:24
Locatie: rotterdam

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door ichthus »

De havenmeester.?

Gernot Menke
Berichten: 465
Lid geworden op: 23 feb 2009 15:55

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door Gernot Menke »

Wat een ongelofelijk plaatje! Tegenwoordig ziet het er zo uit: op beide foto's is links het markante gebouw op de straathoek te herkennen:
https://www.google.de/maps/@48.9570987, ... 384!8i8192

Bijgevoegt is de verklaring voor het verdwijnen van de bovenste rij molens: een grote brand in 1920!

gr. Gernot
Bijlagen
Meaux Alte Mühlen.jpg
Meaux Alte Mühlen.jpg (131.36 KiB) 741 keer bekeken

unikap
Berichten: 213
Lid geworden op: 15 jan 2020 09:43
Locatie: zaltbommel

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door unikap »

Dank voor je reactie Gernot. Ja zulke industrie-molens op deze wijze gebouwd zijn uniek voor Meaux. Die grote molens als in Nogent sur Seine en in de Touvre bij Angouleme zijn een stuk strakker om te zien.
Bestaat dergelijke molens ook bij jullie; ik kan me er zo gauw geen herinneren?
Bijgevoegd nog een paatje van het aquaduc de la Dhuys over het canal du grand Morin:
Montry_aqueduc_de_la_Dhuis.jpg
Montry_aqueduc_de_la_Dhuis.jpg (275.75 KiB) 577 keer bekeken
groeten unikap

unikap
Berichten: 213
Lid geworden op: 15 jan 2020 09:43
Locatie: zaltbommel

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door unikap »

Halage mecanique, mechanisch jagen in Frankrijk.
Dit onderwerp werd gestart door Pieter 53 op SPITSENVAART, maar is dermate frans, dat het mij beter lijkt het hier voort te zetten.
Aanleiding was Pieters vondst van een Cahier van de hand Gérard Bianchi die uitvoerig de franse mechanische jaagpraktijk behandelt.
We moeten vooral denken aan electrische locomotiefjes (ellocs) op rails. Vrij rijdende trekkers op luchtbanden en met diesel of
electrische aandrijving kwamen ook veel voor.
Van de uitgebreide tekst van Bianchi presenteer ik hier een uittreksel dat helpt zijn verhaal te begrijpen, maar vergeet vooral niet
het originele verhaal te bekijken; het barst van de interessante plaatjes! Sommige plaatjes zijn voorzien van het symbool van
overlappende grijze vierkanten; klikken op de foto maakt ze groter of vollediger. Linksboven staat een inhoudsopgave, waarin
de "pagina's" soms ter groote van een hoofdstuk aan te klikken zijn. gr unikap

unikap
Berichten: 213
Lid geworden op: 15 jan 2020 09:43
Locatie: zaltbommel

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door unikap »

Papidema Halage mécanique

Les Cahiers du Musée de la Battelerie Conflans St Honorine no 74. La traction mécanique sur berge en France.
Gérard Bianchi

Het materiaal van het scheepvaartmuseum van Conflans st Honorine en bijdragen via internet vormden de basis van dit verhaal. Het jagen en slepen op rivieren blijft buiten beschouwing evenals kabel en kettingsleepboten. Een volledig geordend en uitgekristalliseerd verhaal is dit niet. Als Spoorliefhebber en kind van ouders die bij de CGVTN (jaagorganisatie) werkten ben ik hierin gedoken zonder de scheepvaart tot in de haarvaten te kennen. Schippers hebben hun eigen verhaal gedaan. Daartussen heb ik kennis bijeengesprokkeld waar gerenommeerde historici aan voobij zijn gegaan. (verantwoording auteur G.B.)

Overzicht van de "pagina's" over jagen.
-Inleiding
. electrisch jagen op rails
. spoor
. stroomvoorziening
-jagen met dieselaandrijving
-electrisch jagen op luchtbanden
-exploitatie
. wisselen/ruilen
. ellocs/trekkers terug naar hun basis
. een sluis passeren
-materieel & spoorondehoud
. onderhoud van de electrische trekker
. spooronderhoud
-bijlagen

Mechanische oevertractie langs vaarwegen door O.Jacquinot & F.Galliot in 1922

De eerste jaaglocs werkten op stoom en werden wrsch. in 1873 eerste test bij kanaal de Bourgogne, Aisne en cal. de Neuffossée. Wegens gebrek aan belangstelling bleef dit onrendabel. Een 2e poging op het cal. lateral à l Aisne met stoomlocs van 8-10pk die slepen van 2 tot 3 schepen resp. 3 tot 2.5 kmu lieten gaan. Geen verder vervolg. In 1898 op het cal. de Bourgogne en op Teltow kan. bij Berlijn werden proeven gedaan met ellocs van Siemens en Halske. De franse ellocs reden op de weg die daarvan zeer te lijden had en daardoor hoge kosten. Een verbetering waren ellocs op rails.
tot zover OJ en FG
Er kwam in 1926 de CGTVN, een compagnie die schepen ging jagen op vaarwegen o.l.v. de ONN, nationaal scheepvaartkantoor met overheidsbijdragen. De TE (Est) bediende de Elzas en het Moezelgebied met smaller spoor. De CGTVN begon tussen Compiegne, st Quentin en langs het cal. lat.à l'Oise en in 1940 had het 2986km in N.Frankrijk te bedienen. Het slokte kleinere oudere jaag-ondernemeingen op. In 1970 is er geen bestaansrecht meer voor het CGTVN en in 1973 wordt het opgedoekt. Naast het jaagwerk verleende de CGTVN financiele diensten, maar niet zonder winstoogmerk. Samen met de TE werd er in 1955 gejaagd van Duinkerken tot Basel. In de tunnels fungeerden meestal kabel of kettingsleepboten met electromotoren. Op het hoogtepunt werd er 1047 km bediend met 1700 ellocs.
139km jagen met ellocs op luchtbanden 161 stuks en 2545 km jagen met dieseltrekkers op luchtbanden 609 stuks.
2000 wernemers in 1939. na WO2 gold jaagmonopolie bij electra-jagen voor CGTVN m.u.v. motorschepen. Een gids met kalender bevatte contactadressen van verschillende kantoortjes waarmee je je reis moest plannen.
pag2
Mechanisch jagen op waterwegen jaren 50.
De CGTVN stelt een betere, regelmatigere, vlottere betrouwbaardere dienst te kunnen verlenen dan met paardentractie. Soms bleven schippers uit gehechtheid aan hun paarden met ze werken. Op drukke trajecten werden halage en contre-halage (tegenliggers) omwille van de efficiency van elkaar gescheiden. SB/rechts-houden. Tunnels van enige lengte verplichtten ook motorschepen tot electrisch slepen omwille van de leefbaarheid in de tunnel. Jaag/sleepschepen heetten voortaan "traction" en motorschepen "moteur". De moteurs waren iets sneller dan de gejaagde schepen. Oplopen van 2 gejaagde schepen ging binnendoor en de buitenste liet de jaaglijn tijdens het oplopen over de bodem gaan. Tarieven waren vòòr WO2 gecompliceerd en ladingafhankelijk. Nadien simpeler en kilometer-afhankelijk; ca fr.0.20 pkm. Betaling van tevoren.
p3
Ellocs op rails, ellocs op banden en diesels op banden.
Drie constructeurs voerden de boventoon, Jeumont, Als-thom en Applevage. Aanvankelijk grote motoren die langzaam draaiden en later kleinere sneller draaiende met vertraging. Anvankelijk "grotere" locs en later in de Vogezen kleine compacte machines. Na 1950 werden ze sterker en sneller. Soms voorzien van koppelstangen tussen de assen.
Jeumont J30 2e generatie elloc, LBH 352 116 200 motorkap hoogte 100. Trekhaak centraal tussen de wielen op de motorkap. Motor 600v. gelijkstroom 10pk. Voorzien van kogellagers en remschoenen als bij treinen. Stroomafname met trolley aan een kabel die met 2 kabelwieltjes over de draad liep. gewicht 7.5 ton.
Applevage II aanvankelijk 6kw en na 1950 14kw. Ze trokken max 2-3 schepen. Bijnaam bloempot.
Applevage I Een zichtbaar zwaarder model dan type II Trok met 22 kw tot wel 6-8 schepen door de tunnel van Mont Billy. Waren voorzien van een aparte "mast" voor de trolley en hun maatvoering maakte ze minder geschikt voor nauwe en bochtige passages. Stond bekend als de dikke Applevage. Alsthom was vooral voor de electrische componenten.
p4
het Spoor
Spoorbreedte 100cm en één biels per meter. Het spoor was de 2e pool van de electra-voeding. De rail aan kanaalzijde werd 1 tot 2.5 cm hoger gelegd omwille van het tegenwicht. In principe meerde men af bij meerpalen, evt bomen. Afmeren aan de rails was verboden. Narigheid ontstond als het spoor slecht werd onderhouden. Kans op afglijden van het spoor naar het kanaal met levensgevaar voor machinisten (conducteurs genoemd).
Bij wisseling van oever moesten de de locomotieven keren en kop maken om de deuropening aan landzijde te hebben omwille van de veiligheid. Speciale constructies zijn nodig, ook voor de bovenleidingen die soms op de correcte draad moeten worden gezet. Auteur geeft voorbeelden uit regio Reims. TE (est) had een spoorbreedte van 60 cm.
p5
Electrische voeding
600v. gelijkstroom onderstations om de ca 20km. Men betrok 5000 of 15000 volt van de EDF(electricité de france) en aanvankelijk werkte men met omvormers, 3fasenmotor/dynamo. Later transformeerde men dit en met een 8 polige kwikgelijkrichter werd er gelijkstroom van gemaakt. In de voedingsstations stonden wel voorschakelweerstanden van metaalplaten in water. De metaalplaten kon men laten stijgen of zakken om de weerstand te varieren. Open water liep door deze weerstand zonder vissen-filter. De vis overleefde dit maar ten dele. Vaak werden werkplaatsen en onderstations gecombineerd.
p6
Stroomtrolley,
Deze trolleys hadden 2 kabelwieltjes en werden met flankbeplating en een contragewicht op de bovenleiding geplaatst met behulp van een bamboe pikhaak. Deze was 4 m. lang en vereiste handigheid bij het plaatsen evt staand op de motorkap. De stroomdraad van de trolley was vrij dik. Er liep nog een voedingsdraad parallel aan de bovenleiding.
De bovenleiding golfde tussen de palen en er was enig risico, dat de trolley ontspoorde. Condé sur Marne kende een waterkrachtcentrale met aquaduct voor voedingskanaal. zie ook "Binnenvaart in beeld".
p7
Ellocs op rails,
Een aantal opmerkelijke locaties worden behandeld: Pargny sur Saulx, Troussey, Liverdun en Mont-Billy.
Gedétaillerde verhalen over tunnels en aquaducten en hun complicaties voor de electrische tractie. Zie vooral het originele verhaal met veel mooie foto's, vaak zijn ze vergrootbaar door ze aan te klikken. Cursor wordt dan een handje.
p8

unikap
Berichten: 213
Lid geworden op: 15 jan 2020 09:43
Locatie: zaltbommel

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door unikap »

p8
De trekker bij uitstek was de Latil. smal 1.2m 4wiel-aandrijving en besturing, draaicirkel 3.6m. Voorzien van Cummins 2cylinder diesels of CLM motoren 2cyl 2 tact diesel ca 15 pk 8 versn.vooruit 2 achteruit. Wogen ca 2 ton, voorzien van ballasttanks. Kon in 2e versn. 2-3 schepen trekken met 3kmu. Op de weg ca 25kmu. (zonder schip)
De bewegingsvrijheid van de Latil bracht met zich mee, dat hij bij werkzaamheden op trajecten met ellocs vaak als duvelstoejager dienst deed en allerlei provisorische jaagklussen voor zijn rekening nam en zelfs van railwielen werd voorzien. Voorbeelden van werkzaamheden: cal.Rhin-Marne, Beaumont sur Vesle en Pimprez sur Oise.
Op cal. de l'Ourcq werden fluiten getrokken met een trekker van fa.Fournier. foto wrsch. bij poudrerie oost v.Parijs. De compagnie gen. de navigation le Havre,Paris,Lyon en Marseille maakte gebruik van trekkers gebouwd door fa.Schneider met benzine- of petroleum-motoren, massieve banden en kettingaandrijving.
De halftrack Citroen-Kegresse werd wel ingezet langs cal. de Briare en zuidelijker langs cal.lat.à la Loire.
p9
Ellocs op banden,
Rond 1900 de electrische paarden van Denefle zie ook p17
Latil produceerde ook ellocs op banden met 4 wiel-aandrijving en -besturing. 2 bestuurderszittingen en 2 stuurwielen tov elkaar. Dubbele motorkap met motor en schakelkast apart. 2 trolleys vanwege onbreken van spoor als geleider. trolleydraden werden aangespannen gehouden. Qua bouw enige gelijkenis met rail ellocs, maar veel grotere wielbasis/as-afstand. Zeer bewegelijk, maar toch beperkt door trolleys; eeuwig punt van aandacht! hun tracé's waren cal.stDenis(Parijs) en cal.stQuentin. Er konden railwielen op gezet worden, maar door grote wielbasis lastig in korte bochten zonder besturing. De eerste Latil ellocs hadden meer proporties van de dieseltrekkers maar met omklapbaar stuur en haken boven de assen.
Ook Jeumont kwam in 1934 met een elloc op banden.
TE (est) maakte gebruik van elloc op banden van Schneider-Westinghouse, een korte hoge elloc van 2.5 ton, LBH 285 140 204. 10pk korte wielbasis en 1 sturende as en trekhaken voor en achter.
Voor alle ellocs en motortrekkers gold, dat slippen vermeden moest worden. Dit kon eindigen in het kanaal!
p10
Exploitatie jaag-/trek-hoek,
De kracht om een schip voort te bewegen kan relatief klein zijn, maar voor het bereiken van snelheid neemt deze enorm toe. 400 kg trekkracht is toereikend voor 3kmu; 800 tot 1200kg om op gang te komen. Tact en gevoel van de conducteur vereist! De jaaglijn werd vaak aan de voorbolders vastgemaakt, maar ook de "mastjes" van de zwierboom (verzwaard en dunnetjes afgeschoord) werden vaak gebruikt. Bij veel oplopen was de grote mast handig. Bij manouvreren uit sluizen werden de achterbolders ook wel geruikt, maar dit vereist meer inzicht dan een landrot te bieden heeft. Let goed op het fotomateriaal in het oorspr.verhaal!
Op de trekker of locomotief was het middelpunt van de 4 wielen het ideale aanhaakpunt.
Lastig bij het jagen was het verlaten van een sluis met erachter veel breder water. De trekhoek werd dan erg schuin; iets voor vaklui. Omdat tot in de jaren 30 houten schepen werden gebouwd waren die nog zeker niet uitgestorven rond 1960 en vereisten een enigszins voorzichtige aanpak.
Troquage/trekkersruil,
Bij dieseltrekkers op banden kon een trekker lang bij een sleepschip blijven, maar bij ellocs op rails die elkaar op het enkelspoor tegenkwamen was trekkerruil onvermijdelijk. De ellocs naderden elkaar dicht, stopten en ruilden de jaaglijnen uit. Ondertussen dreven de sleepschepen zachtjes door en de buitenste liet de jaaglijn vieren tot deze op de bodem lag en de binnenste er overheen voer. Na het passeren van het roer kon de jaaglijn van de buitenste weer gespannen worden en ging het verder. Zo gingen de schepen door en de ellocs weer naar hun basis.
Oplopende of tegemoetkomende motorschepen gingen altijd buiten het jaagstel om. Het gebruik van de grote mast kon
het passeren vergemakkelijken als er sprake was van vrije motortrekkers.
Het wisselen van trekkers was geen tijdrovende zaak; anders was het bij sleepverbanden van meerdere sleepschepen achter 1 elloc door een sluis. Weliswaar waren sluizen soms dubbel uitgevoerd en liepen de franse sluizen snel vol en leeg; dit was geduldwerk.
Tussen Etrun en Béthune waren omwille van "doorstroming" sporen op beide oevers aangelegd met éénrichtingsverkeer.
Bij tunnels werden schepen "verzameld" tot sleepverbanden tot wel 40 schepen ontstonden die elke 12 uur door de tunnel werden getrokken door een toueur. Soms werd een Applevage 1 met 22kw toegepast die over de banquette reed waarlangs een sleeplat zat.
Alle communicatie was in die tijd verbaal en met gebaren. Elkaar in het oog houden was van groot belang. Soms gebeurde het, dat een conducteur zijn loc liet lopen en even naar de schipper of sluiswachter heen en weer sprintte om te overleggen. Hij week dan af van de voorschriften. Begin middag was altijd een moeilijke tijd vanwege warmte en een weldadige maaltijd met glaasje(s). In jaren 50 en 60 was er nog geen sprake van geheelonthouding tijdens werk.
De dagen waren lang en hoewel er ook wel sprake was van wachttijden, waren noch locs noch stuurhutten van slaapstoelen voorzien. Een klapstoeltje hooguit.
p11
Haut le pied de refoulement, leeg terug naar de standplaats.
Bij het uitruilen van schepen tussen ellocs en trekkers gaat het prima zolang er maar in beide richtingen gelijkmatig scheepvaartverkeer is. Als één van de beide richtingen de andere nadrukkelijk overtreft, ontstaan er overschotten enerzijds en tekorten anderzijds in jaagmaterieel en machinisten. Dit brengt lege ritten naar de standplaats met zich mee. In 1933 begon men ritten zoveel mogelijk te plannen door contacten met de schippersbeurs en er werden op de tekentafel schema's opgesteld voor een realistische planning. Vooral bij ellocs op rails was dit van belang. De Latil dieseltrekkers waren door hun bewegingsvrijheid en passeermogelijkheden in staat langere afstanden af te leggen en zo nodig over de openbare weg terug te rijden. Bij sluizen werd de voortgang van hetwerk gecontroleerd en gerapporteerd zodat de planning bijgesteld kon worden.
Genoemde schema's werkten met X en Y as, tijd afstand. 45 graden voor 3km dienstsnelheid. Snellere lege ritten met steilere curves. Kruisingen in de curves waren in de praktijk overnamepunten van ellocs, trekkers en schepen. Het kwam wel voor, dat een elloc-conducteur een fiets meenam om vanaf het eindpunt op een dag terug naar huis te fietsen.
Vroeg de volgende dag fietste hij terug naar zijn elloc om zijn dienst aan te vangen. Auto's overbrugden de te grote afstanden.
Conducteurs hielden administratie bij en als ze niet voldoende geletterd waren dienden ze cursussen te volgen om de administratie tot een goed einde te brengen.
p12
Passage van een sluis.
Auteur geeft als voorbeeld een tekening van een sluis. Deze ligt middenin een kanaal op vele meters afstand van de jaagspoorlijn met zijn ellocs. Op de overliggende oever aanlegplaatsen en remwerken. Bij aankomst moeten de schepen op restsnelheid erheen drijven; zo mogelijk regelrecht de geopende sluis in. Tijdens het schutten wachten de ellocs thv. van de sluis. Bij sommige sluizen zijn glijstangen voor de jaaglijn aangebracht bij obstakels. Door de verwijderde positie van de ellocs was het moeizaam om ze te gebruiken voor uitvaren uit de sluis. Onder een rottige hoek de jaaglijn langs bolders trekken zal niet te vermijden zijn. (Als landrot kan ik hierover beter zwijgen).
De ellocs en trekkers werden bij ijsgang wel gebruikt om gebalaste bootjes als ijbreker te doen fungeren, maar dat was soms gevaarlijk voor de bemanning daarvan. Later werd meer met ijsschoen achtige onbemande oplossingen en sleepbootjes gewerkt.
p13
Onderhoud,
Veel werkplaatsen/garages waar de ellocs stonden waren bij sluizen geplaatst of bij kruisingen met hoogspanningsleidingen waar dan ook meteen een 600v. onderstation was. De werkplaatsen hadden smeerputten en hefinstallaties. Voor het grotere onderhoud was voorzien in de werkplaatsen van StQuentin en Chalons sur Marne, aanvankelijk waren transportlichters daarvoor in gebruik en in 1952 een Latil trekker-oplegger.
p14
Railonderhoud,
Veelal optreden tegen afglijden vd rails richting kanaal. Met kricks, lorries en diplorries werd er gewerkt aan de goede positie van het spoor tov. het kanaal en de correcte hellinghoek van de spoorbaan. Dus veel aanvullen van het "ballastbed".
p15
Liverdun
Met een luchtfoto uit Google Maps toont hij het kanaal in het landschap. Voûte is tunnel. plaatjes van de tunnel met banquette voor de jaagpaarden en ellocs. Gele bolders zijn nog in zicht; rest is gedempt. Bij het jaagpad was een bord dat waarschuwde voor blote (stroom) geleiders, conducteurs nus; later vervangen door ; blote electradraden, ONDER SPANNING. In de jaren 20 was er een electrische kabel-jager die door schippers werd bediend, maar in de jaren 30 vervangen door ellocs. 21-7-1963 laatste passage ivm. afbraak aquaduct voor kanalisatie van de Moezel. Nog in de jaren 50 was de locale spoorbrug aan de eisen van de tijd aangepast.
Frouard
vage foto uit 1964 vooraan kanaal, gaat rechtsaf met sluis onder spoorlijn door en linksaf. Stukje kanaal gaat uiterst links (nu gedempt) liep langs spoor naar Liverdun, hierboven.
Tenslotte een foto van een rivierkruiser uit 1915. LBD 28.5 4.8 1.1 stoommachines 200pk
p16
Scheepslift van Fontinelles,
Eerst 5 sluizen met te weinig wateraanvoer.
formaat Becquey LBD 30 5.05 1.2, later formaat Freycinet LBD 38.5 5.05 1.8, dan scheepslift uit 1887 met alternerende bakken formaat Freycinet en sinds 1967 een sluis grand gabarit LBD 144 12 ??
Bij de scheepslift werden drijvers leeggepompt of gevuld voor stijgen of zakken zoals bij Heinrichenburg.
praktisch geen waterverbruik.
De CGTVN had ook hier jaaglocomotieven om sleepschepen te bedienen.
p17
Op deze pagina, zeg gerust hoofdstuk, een lange lijst van trekkers en met name ellocs op rails. In het begin maken we kennis met de electrische paarden van Denefle, voorganger van en overgenomen door CGTVN.
Hij reed zonder rails op de weg en was door zijn stalen wielen met houten profielklossen nogal verwoestend voor het wegdek en ook voor zichzelf. 1 gestuurd voorwiel met wormbesturing en 2 aangedreven wielen met wormaandrijving. Vermogen 3.6kw. Ze sleten vlot. aantal 120. Nadien zoekt men zijn heil in de railtractie. Dit vereiste echter zware locomotieven tot 12 ton omwille van de adhesie. Zelfs werd gewapend beton toegepast om aan het gewicht te komen. Na WO1 werden oude tanks wel getest, maar ze vernielden het jaagpad al gauw. De Citroen Kegresse (halftracks) werd de meest succesvolle in deze categorie. Jagen vanaf hangende kabels of staalconstructies werd bij sluizen en tunnels wel toegepast. Voordeel: schepen werden recht de sluis in en uit getrokken. Elders prevaleerden de rails.
Een niet onbelangrijke theoretische opmerking van Gerard Bianchi is, dat trekken vanaf de wal een kwart van de energie kostte die nodig was voor voortstuwing door het schip zelf in water.

Verklarende woordenlijst:

avalant/amont stroom-af -op naar lager hoger pand ...... gauyeu, gamin (kwa)jongen
armement isolatie................................................patte de oie (aanleg) steiger
bassinée sluiskolk vullen/ledigen .............................section mouillée kanaal doorsnede
bateau schip.....................................................tirage hennep touw evt met staaldraad-kern
Bitte/ boulard bolder...........................................trematage oplopen
diplorry 4 wielig railkarretje voor handmatig bewegen....vidange leeg schip

unikap
Berichten: 213
Lid geworden op: 15 jan 2020 09:43
Locatie: zaltbommel

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door unikap »

Halmec 1.png
Halmec 1.png (307.6 KiB) 361 keer bekeken
Zeer schematische plattegrong waaraan enkele grotere steden zijn toegevoegd
gr unikap

LINK oorspr artikel:https://papidema.fr/halage-mecanique.php

unikap
Berichten: 213
Lid geworden op: 15 jan 2020 09:43
Locatie: zaltbommel

Re: Langs Franse kanalen en kunstwerken.

Bericht door unikap »

Halage mecanique Belgie

Op het kanaal van Brussel naar Charleroi waren er rond 1900 een aantal electrische trekkers werkzaam. Ze werkten op 3 fasen electriciteit uit een lokale centrale die ook andere electra-klanten bediende. Betrekkelijk lichte bouw, stalen wielen, later met rubber bekleed, 2 van de 4 aangedreven. 3-voudige trolley. De heer Leon Gérard was er de ontwerper van. Het is een wat experimenteel project gebleven met betrekkelijk weinig ellocs.
Eveens op electra op hetzelfde kanaal functioneerde een voor het oog lichte sleepboot met dezelfde 3 fasen trolley
stroomafname. Deze miste het voordeel zich op de grond te kunnen voortbewegen (hoger rendement).
Qua stabiliteit is dit elegante scheepje vast de mindere van een stoomsleper met gevulde bunkers.

Rond sluis 3 in het kanaal Luik-Maastricht ter hoogte van Ternaaien was ook een systeem van ellocs op rails die de sleepschepen hielpen bij het passeren van de sluis. Ook na aanleg van het Albertkanaal richting Antwerpen bleef dit systeem nog een tijd lang in gebruik. De aanwezigheid van een Citroen Kegresse wijst erop dat men de schepen zo goed mogelijk van dienst wilde zijn. De laatst getoonde foto met steigerende Kegresse wijkt wat af van dit beeld en vertoont duidelijk lompe trekkunst die slechts laat zien dat het aanzetten tactvol moet gebeuren. Je zou ook kunnen zeggen, dat de schroef-sleepboot met zijn soepele aanzetten voordelen heeft.

halage mecanique Allemagne, Treidellocs

Op het Finow-kanaal tussen de Havel en de Oder langs de paats Finow zijn door Siemens wel elloc-experimenten uitgevoerd. Auteur G.Bianchi worstelt met het interpreteren van zijn duitse bronnen en hij toont veel illustratie-materiaal van onderling gelijkende maar zeker niet precies identieke ellocs. Er bestonden er op 1 rail met kleine wielen en flenzen aan beide zijden en aan de andere kant van de loc grote platte ijzeren wielen op het jaagpad. Later wed een 2e rail toegevoegd toen het jaagpad diepe wielsporen ging vertonen. Plaats van de trekhaak blijft vaag.
Posities van draden/trolleys enkel en dubbele draad op foto's en tekeningen geven aanleiding tot verwarring en laten de indruk achter, dat we te maken hebben met minstens een handvol prototypen die geen van allen een doorslaggevend succes waren. De ogenschijnlijk lichte constructie van de ellocs op rails maken een succes van het concept vrij onwaarschijnlijk als je schepen van 200 ton wilde trekken.
Langs het Teltowkanaal is er wel het één en ander gerealiseerd met duidelijk zwaardere locs die echter een jaaglijn door een giek hadden waardoor de stabiliteit werd verminderd. De Russen hebben dit materieel in 1945 weggehaald.
Langs de sluizen van het Rhein Hernekanal had men ook een aantal Treidelloks (ellocs) lopen. Deze brachten sleep-schepen door de sluizen. Geen woord over de sleepboten die de rest deden. Deze electrische Treidelloks die over 2x 22kw vermogen beschikten zijn voltooid verleden tijd voor zover ze niet in een museum terecht gekomen zijn.

halage mecanique USA, Miami and Erie-canal

Dit kanaal verbond Cincinnati met het Erie-meer en er was slechts één mij. die er transporteerde. 70 tons scheepjes met 6 in een sleepverband achter een elloc. Moest de industrie langs het kanaal van Kolen voorzien die vanuit Cincinnati naar het noorden moest worden getransporteerd. Ellocs met 2x40pk werkend op 390v wisselstroom.
Ze werkten met een dienstregeling om uit te komen bij punten waar gekruist moest worden. Goed voorzien van telefonische communicatie. Functioneerde gedurende het hele etmaal.



Plaats reactie