Re: Rijnvaart Atlas

Alles over binnenscheepvaart
Robert Delhaye
Berichten: 409
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door Robert Delhaye » 11 nov 2019 15:46

Hoogst interessant allemaal, bedankt voor deze stukken Rijn Atlas!

Als je zo leest zie je hoeveel er wat navigatie betreft veranderd is, en ook wat verbeteringen aan het vaarwater betreft.
Maar als je met een origineel, ouder schip zou varen, met alleen kompas, bochtenwijzer en roer, en het met lampen van het schip voor je moet doen, bij slecht weer of mist overdag... Nou m'n pet af!
Geen GPS, plotters en radar(s). De Warschau op de Rijn gewoon vlaggen, geen grote borden met lampen erop, en geen "verkeersleiding" die je in het Gebergte tussen St. Goar en Oberwesel in de gaten houden.
Nee, toen moest je het zélf doen.
En het jaar is 1944, zo lees ik. Toen waren er nog niet zo veel zelfvaarders. Dus je zat in een sleep, vaak zelfs meerdere sleepschepen...
Er staat zelfs meerdere malen in de teksten hierboven..." een lange sleeptrein"... - dat betekende zo'n 8 à 10 schepen, ga er maar aanstaan!!
En wat te denken van als je de haven van bestemming in moest vanaf de Rijn... dan gooide je je sleepschip los, en was je overgeleverd aan de snelheid dat je sleepschip nog had, stroming, de nog af te leggen afstand naar je losplaats, en eventueel, maar niet altijd een havensleepbootje. En ook dat lang niet altijd bij zonneschijn.
Respect!

met vriendelijke groet!

Robert


ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 11 nov 2019 19:57

Beste Robert ,
Even een kleine biografie .
Na mijn schooltijd ben ik Via Broere tankvaart ( Anna Broere Coaster ) bij de NRV terecht gekomen in 18-03-1963 .
Op verschillende motorschepen gevaren tot 10-09-1966 .
Daarna op de duwvaart tot 07-09-1968 .
De enige navigatie hulp middel was op de schepen een stuurlichtje aan de mast , naar achteren gericht en voorzien van een melkwit ruitje , zodat je de bewegingen van de boeg kon volgen .
Wij kwamen ook via Zeeland in Antwerpen .
Geen kompas maar met de verre kijker op zoek naar tonnen en dan van Ton tot ton . .
Mijn eerste ervaring met bochtenaanwijzer en radar kreeg ik op de duwvaart .
De motorschepen waren van sleepgerei voorzien , en konden 1 tot 3 schepen slepen .
Ik weet dat de kapteins in zulke gevallen meer achteruit keken dan vooruit .
Als je des morgens de scheepsbel moest luiden en door de mist de laatste lengte NIET zichtbaar was , dan was je verplicht te wachten op beter zicht .
Dit zijn zomaar enige herineringen .
VG sjaak

ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 13 nov 2019 16:16

De Rijn als Vaarwater deel 21 Beginnende te Bornhofen , K.M.R. 567 .
Tussen de ankerplaats van Bornhofen en de Bad Salzig reede bevind zich nog een wendingsplaats , welke door borden wordt aangegeven . Daar het sleepconvooi door het gebergte uit niet meer dan drie sleepschepen metvoorspan mag bestaan , dus ten hoogste uit vijf vaartuigen , wordt dit te Salzig geregeld . Behoeft men hier niet te wisselen en zijn wij K.M.R. 567 naar de Z.wal overgestoken , dan vaart men dicht langs de hier ten anker liggende schepen op . Liggen er geen schepen , dan maar kort lags de oever opvaren . ( Z.wal , K.M.R. 566 tot 565 de rede van Bad Salzig met op K.M.R. 564,9 een Order station . ) Boven K.M.R. 564 aan de Z.wal liggen de Hirzenacher- Leyen tot K.M.R. 562,9 . ( N.wall , K.M.R. 564 de Kester-Leyen met aan sluitent de Kesterter-Grund tot K.M.R. 563 ) . Deze ondiepte , waarop bij M.W. ongeveer 1,50 m water staat , bestaat uit verscheidene rotspunten en kan daardoor niet worden aangetast . De buitenrand van de grond , die deze rotspunten omringt , wordt door drie rode tonnen aangeduid . Men vermijdt de Hirzenacher - Leyen het best door beneden deze ondiepte even boven K.M.R. 564 naar de N.wal over te steken . Men vaart aan de N.wal op ongeveer 50 m uit de oever op ; deze koers houdt men tot aan de hoek boven Kestert . Boven de hoek houdt men , met het oog op de bij K.M.R. 562 liggende Gaul-felsen ( Ka-1,2 m ) tot bijna het midden van de rivier af . De Gaul-felsen worden door een zwarte ton aangeduid , ook de verder naar boven uitstekende grond De Gaul . ( Bolsbacher-grundtot K.M.R. 560,2 met op de N.wal Ehrenthal . ) In de regel steekt men bij K.M.R. 562 , juist vanaf de Gaul-felsen , naar de Z.wal over . De Z.wal is hier tot op ongeveer 25 m te naderen . Tussen K.M.R. 562 en 560 ligt een eilandje in de rivier genaamd "De Ehrenthaler Weth "'. Hierdoor zijn twee vaarwaters ontstaan . De afvaart houdt altijd het vaarwater ten noorden ( Ehrenthaler -Fahrwasser ) van de Werthh , terwijl de opvarende schepen in het algemeen het Z, vaarwater ( Prinzensteiner Fahrwasser ) benutten . In dit geval vaart men aanvankelijk kort langs de koppen der kribbetjes , die tegen de strekdam aan de onderkant van de Werth liggen . Boven deze kribben is de diepte minder en houdt menongeveer 40 m af . Verder neemt men de koers even buiten de koppen der kribben , die met de strekdam , de bovenpunt van deze Werth aanduiden .Onder - en Bovenkant worden door een boei aangegeven . Halverwege K.M.R. 561 en 560 steekt men naar de Z.wal over . Deze oever kan men tot aan de uitloop van de Werth dicht naderen . Onmiddellijk boven de Ehrenthaler-Werth ,( N.wal de Wellmicherort .) vindt men onder de Z.wal ", De Hottentotgrond "en hieraan grenzende tussen K.M.R. 559 en 558 "De Hund " ( Ka + 1,05 m ) . De "Hottentot-grund steekt ongeveer 30% in de rivierbreedte "De Hund "tot bijna in het midden van de rivier uit . Bijde ondiepten zijn door rode tonnen aangegeven . Tussen de "Hottentot-Grund "en "De Hund ", waar de ondiepte niet zo ver uitstak is een haven gemaakt voor benzineschepen . ( Z.wal K.M.R. 559 Landsknecht ; N.wal K.M.R. 559 Wellmich met burg Maus en de Wellmichbach ) . Opvarend houdt men de rode tonnen van de genoemde gronden even over B.B, waarna men halverwege K.M.R. 559 en 558 ongeveer aan de bovenste rode ton naar de N.wal oversteekt . Aande N.wal heeft men hier de ankerplaats "De Hasenbach", genoemd naar een even boven K.M.R. 557 uitstromende beek . ( N.wal , K.M.R. 558 tot 557 de Hasenbach -Grund . ) Over een halve km is de N.wal steil , daarna moet men geleidelijk tot op 30 % van de rivierbreedte van de N wal afhouden voor de Hasenbacher Grund ( N.wal , K.M.R. 557 haven Ka+ 1,25 , burg Rheinfels , in de haven de C.N.F.R.werft .

ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 16 nov 2019 12:04

Beste lezers , we gaan even terug naar hoofdstuk 19 .
Daar schrijft G.C.van Kooy in De Rijn als Vaarwater , dat er te Vallender K.M.R. 595 bekend is bij de schippers , omdat daar KLUTEN geladen werden .Nadat ik de vraag op het duitse Schiffersforum geplaats had wat KLUTTEN waren / zijn ,kreeg ik het volgende antwoord ; KLUTEN of KLOETEN zijn Klumpen Tonerde . Klumpen zijn vertaalt stukken of ballen . Tonerde is Aluminium oxide of Kleigrond . Volgens mijn informant moet er een Nederlandse schipper , die op een Franse motor voer , getrouwd met een dame uit Vallender , Deze persoon is beniewd wie hier wat vanaf weet ?

ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 16 nov 2019 16:28

De Rijn als VAARWATER , deel 22 .St Goar Z.wal , K.M.R. 556 .
Dwars van de haven van St Goar houdt men naar de Z.wal over . Deze oever is steil , zodat men er dicht langs kan opvaren .( N.wal , K.M.R. 556 St . Goarshausen met Burg Katz en in de rivier de Ezelsgrund . Z.wall St . Goarshausen , Lotsenstation en de Schwartzgrund ) Juist op de bovenhoek van St. Goar ligt De BANK ( Schwartzgrund ) even boven K.M.R. 556 ; dit is een steile ondiepte , die ongeveer 50 m in de rivier uitsteekt . Met aansluitend aan de ondiepte de rots de BANKSTEINE . Hier beginnen de vlaggeseinen, die men in het gebergte in acht moet nemenen die wij nog nader zullen omschrijven . Van achter de BANK uitvarende steekt men naar de N.wal over . Aan de N.wal vaart men aanvankelijk achter de LORELEYHAVEN op ( N.wal , K.M.R. 555 de Loreley-Hafen ,met aan de N zijde van de haven invaart de HARTENSTEIN . Met aan de Z.zijde van de strekdam de DIE GRÜNS een ondiepte Ka-0,9 ) Langs de strekdam , die de Loreleyhaven van de rivier scheidt , liggen enige rotspunten , waarop de diepte omgeveerC.P. - 80 cm bedraagt . Deze ondiepe punten met de daar boven liggende grond , zijn door twee zwarte tonnenaangeduid . Bij de mond van de Loreleyhaven houdt men onmiddellijk af en brengt men de zwarte ton even over B.B. . Vervolgens gaat men ongeveer halverwege K.M.R. 555 en 554 weer naar de Z.wal . Zou men genoodzaakt zijn voor afgaande slepen langer aan de N.wal te blijven , dan moet men er rekening mede houden , dat even beneden K.M.R. 554 een rotspunt ( Schere ) op ongeveer 50 m van de oever ligt . Is men bij genoemde K.M.R. naar de Z.wal overgestoken , dan weet men dat deze wal vanaf "De Bank ", tot aan de "Lutzelstein ", steil is . ( wahrschauwer LUTZENSTEIN ) . De Lutzenstein ligt even beneden K.M.R. 554 , ongeveer dwars voor de LORELEY . Men vermijdt deze steen door ongeveer 40 m van de Z.wal af te houden Daar de LUTZELSTEIN zich maar over een lengte van 100 m uitstrekt kan men boven de steen weer over een korte afstand langs de oever opvaren , tot ongeveer 300 m boven K.M.R. 554 . ( N.wal . K.M.R. 554,2 de rots De Lorrely , K.M.R. 553,9 de Moosley ; K.M.R. 553, 8 de diepte FOSSE GRABEN Ka + 23 m ; de Sennerley de ALKENSTEINE tot K.M.R. 553 ) . Hier bij de BETTECK ( waarschuwingpost ) ligt wwer een ondiepte , die zich tot even beneden K.M.R. 553 uitstrekt en ongeveer 60 m in de rivier uitsteekt . ( Z.wal ) .Onmiddenlijk boven deze ondiepte beneden "De Kammereck ", is de Z.wal weer over een afstand van ongeveer 200 m steil . Aan "De Kammereck ", even boven K.M.R. 553 houdt men vervolgens tot circa 50 m uit de oever af . Tussen K.M.R.553 en 552 liggen in het midden van de rivier enige rotsen , welke bekend zijn als "DE GEISENRUCKEN ", waarop de diepte C.P.- 2,80 m bedraagt . Door de GEISENRUCKEN ", zijn twee vaarwaters gevormd . In het vaarwater onder de Z.wal ( KAMMERECK ) , is de diepte gelijk aan de stand van de peilschaal te Caub . In het N.vaarwater is de diepte veelgroter . Hoewel men , indien de waterstand voldoende is,zonder bezwaar het Z.vaarwater kan houden , vaart men in het algemeen het N.vaarwater, want hier zijn , "DE GEISENRUCKEN ", door twee rode boeien aangeduid . In dit geval houdt men even boven de KAMMERECK aanvankelijk achter DE GEISENRUCKEN op en vervolgens achter deze rotsen uitvarende naar de N.wal over te steken .Van de N.wal blijft men ongeveer 30 m verwijderd tot halverwege K.M.R. 552 en 551 ( Bij K.M.R. 552 net boven De GEISENRUCKEN ligt midden in de rivier de FURTSLEY en aan de Z.wal de rots HERINGSNASE . Aan de N.wal URBACHER- GRUND ,met de monding van de URBACH . K.M.R. 551,5 , Z.wal de MAARLEY . )

Robert Delhaye
Berichten: 409
Lid geworden op: 05 jul 2011 11:07
Locatie: London SW1, UK

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door Robert Delhaye » 16 nov 2019 23:40

We varen met een sleeptrein op de Rijn. In 1944, dus waarschijnlijk een stoomsleper, misschien een raderboot ofwel een eentje met één, of twee, of zelfs meer, schroeven.
Hoe zag er een dag op een raderboot eigenlijk uit?

De bemanning bestond afhankelijk van de grote van de sleepboot uit 12 tot 17 man, exclusief familieleden van de kapitein en eventueel stuurman.
En dan waren er nog de mensen aan boord van de sleepschepen. Afhankelijk van de tonnage drie tot vier bemanningsleden, en vaak hun familie, zo'n 10 tot 14 mensen per sleepschip. Als je tien schepen trok, en dan de sleepboot er nog bij, had je al snel als kapitein de verantwoordelijk over minstens 120 mensen. Als je dan leest hoe ingewikkeld het was om op de Rijn te varen, zoals de heer Ossebaar beschrijft, kun je alleen maar veel respect hebben voor de vakkennis en de kennis van het vaarwater van de kapiteins en de schippers destijds.
De bemanning aan boord van een grote en krachtige radersleepboot van tussen de 1400 en 2000 ipk bestond uit een kapitein, een eerste stuurman, een tweede stuurman, vier à vijf matrozen, een eerste machinist, een tweede machinist, vier tot zes stokers en één à twee scheepsjongens (Schmelzer).

Na het ankeren van de hele sleeptrein kreeg een matroos de nachtwacht. Die had de volgende opgaven: het anker van de sleepboot te bewaken, te controleren of er geen spanning op de sleepstangen ontstond door het "sacken" (langzaam losraken) van een sleepschip in de aanhang gebeurde. Indie zo, de betreffende klemmen losmaken en de strang vieren.
Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het overzetten en terughalen, per sloep, van personeel dat aan de wal was gegaan, en dat na tijdafspraak. Hetgeen natuurlijk nooit klopte, want ofwel het personeel hield zich niet aan de tijd, ofwel de nachtwacht was zelf in slaap gevallen...

1:00 : De nachtwacht wekt de stokers, want uiterlijk om 6:00 uur moeten de ketels onder maximaal stoom staan (vaak erg moeilijk omdat de stokers vaak laat in de nacht dronken aan boord kwamen...)

5:30 : De nachtwacht zet koffie voor de bemanning. De kapitein, en z'n vrouw hadden een eigen privé kombuis.

6:30 : De klok wordt voor de eerste keer geslagen. Dit diende als wek-signaal voor de sleepschepen. Als teken dat de men het signaal begrepen had, werden de lantaarns of vaart-vlaggen op halve mast gezet, afhankelijk van het seizoen. De nachtwacht mag nu tot 's middags slapen.

6:45 : De klok wordt voor de tweede keer geslagen. De raderboot licht de ankers en de machine gaat op "langzaam vooruit".
Ook de sleepschepen halen hun ankers op, en als alles "Anker frei" was dan werden de lantaarns of de vlag omhoog gehesen.

7:00 : Op het moment dat alle sleepschepen hun lantaarns of vlag "gesetzt" haben wordt de klok voor de derde keer geslagen, en de raderboot maakt snelheid. Niet veel later wordt "in Gods Naam" geluid.

In de zomer steeg de temperatuur in de machinekamer snel boven de 60° Celsius. Als dan ook nog de slakken "getrokken" moesten worden, steeg de temperatuur en luchtvochtigheid snel. (De hete slakken werden van het vuurrooster getrokken met behulp van enkele emmers water, en dan door een klep overboord geveegd) - van stikstof had men toen nog nooit gehoord.
Ondanks het feit dat de stokers zich om de 2 uur aflosten raakten ze in de loop van de dag zo uitgeput dat ze het kolen op het vuur gooien niet meer konden bijhouden, waardoor de keteldruk terugliep.
Op het moment dat de kapitein merkte dat de snelheid minderde klonk er luid geroep.
Dan was het alle hens aan dek, uitgezonderd de eerste stuurman, om kolen te scheppen in de machinekamer!

Als de sleepboot onder een brug moest, was het verplicht om de schoorstenen plat te leggen.
Soms was het van belang om even te voren nog even duchtig te stoken, want in gekiepte toestand was er geen trek in de schoorsteen, en de kapitein hield er niet van om z'n hele onderkomen onder rook te hebben staan...

met vriendelijke groeten,
Robert

ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 17 nov 2019 10:52

Robert nog een kleine anvulling .
Gelezen in Rijnsleepvaart van Basel naar Rotterdam .
Onder bemanning op een Raderboot .
De eerste stuurman stond , uitgezonderd tijdens de maaltijden , de hele dag aan het roer . De tweede stuurman was verantwoordenlijk voor alle werkzaamheden aan dek en moest er voor zorgen dat alle hulpmachines en de gehele inventaris in prima staat waren . Ook moest hij de eerste stuurman tijdens de maaltijden aflossen en van Ruhrort tot Keulen aan het roer staan .
De wachtsman nam om 17.00 uur de wacht over , ook gedurende de vaart . Hij moest voor de lantaarns zorgen , de slaggaard hanteren en als de boot voor anker lag de diverse bemanningsledenaan land brengen en weer ophalen . Als de kapitein voor 's morgens 6 uur stoom besteld had , moest de wachtsman om 4.30 uur 2 stokers en de tweede of derde machinist porren , opdat de sleep om 6.00 uur kon starten . Bovendien moest hij ervoor zorgen dat om 5.30 uur het koffiewater kookte en moest hij tweemaal de sleep door middel van de stoomfluit of scheepsklok oproepen zich klaar te maken voor de verdere vaart .Na het signaal IN GODS NAAM konden de wachtsman en de machinist en stokers gaan rusten .

ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 18 nov 2019 14:25

De RIJN als VAARWATER , deel 23 opvarend vanaf K.M.R. 552 .
Verder naarboven vindt men onder de N.wal verscheidene rotsen , de SIEBENJUNGFRAUEN , of JUNGFERGROND genaamd .( K.M.R. 552 midden in de rivier de Furtsley ) Halverwege K.M.R. 552 en 551 houdt men tot in het midden van de rivier , waarna men de zwarte tonnen , die genoemde grond aanduiden , even over B.B. houdt .Aan de Z.wal ligt vanaf de "DE KAMMERECK ", tot aan de beneden zijde van de stad OBERWESEL een grond ( MAARLEY ) , die boven de GEISENRÜCKEN ongeveer 100 m uit de oever uitsteekt en aansluit aan de TAUBEN WERTH ( K.M.R. 551 ,Z.wal ) Buiten de TAUBER WERTH steekt deze grond tot op 40 m uit en wordt door een rode boei aangeduid . Tussen de GEISENRÜCKEN en de TAUBER WERTH liggen aan de Z.wal in bovengenoemde grond op diverse afstanden enige rotsen , de FURSJLEY en de MAARLEY ( zie tekst hierboven ) genaamd . Afvarend moet men hier rekening mede houden . ( Aansluitend aan de TAUBER WERTH liggen de rotsen/grond HAMMERLEYEN ) Is men opvarend langs de JUNGFERGROND opgevaren , dan steekt men boven de TRAUBEN WERTH naar de Z.wal over ( en vaart vrij van de ROSSTEIN ,N.wal ) Hier ligt de stad OBERWESEL en men kan tot aan de haven van deze stad kort langs de oever varen . ( K.M.R.550 , Z.wal Oberwesel , met bij de Hammerleyen de waarschuwingspost de OCHSENTURM , monding van de ENGEHÖLBACH ; haven Ka + 0,65 ) Boven de haven liggen de KIRCHE LEYEN ( C.P. - 1,20 m ) , de RABELEY ( C.P.-2,40 m ) en de GREYERGRUND ( C.P.- 1,40 m ) . ( allen Z.wal tussen K.M.R. 549,5 en 547 ) ( N.wal K.M.R. 549 tot 547 WOLFSNACH Ka-0,7 m en de RAUSCHELEY Ka-1,4m ) De bovenzijde van GREYERSGROND strekt zich uit tot dwars van CAUB . Boven de haven van OBERWESEL onder de Z.wal opvarende , houdt men de rode tonnen die bovengenoemde gronden aanduiden , even over S.B. In het algemeen gaat men tussen K.M.R. 549 en 548 naar de N.wal over .Aan de N.wal tussen K.M.R. 549 en547 liggen eveneens diverse rotsen ; de WOLFSNACK ( C.P. - 1 m ) , die halverwege K.M.R. 549 en 548 ligt . Dan één halverwege K.M.R. 548 en 547 , waarop de diepte C.P.- 0,89 m en bij K.M.R. 547 de RAUSCHELEY met C.P.-1,20 m . ( Zie ook voorgaande ) Al deze ondiepten zijn door zwarte boeien aangeduid en liggen ongeveer 50 m uit de N.wal . Tussen K.M.R. 548 en 547 is het vaarwater zeer smal , ongeveer 100 meter , daar de GREYERSGRUND tot tweederde van de Z.wal uitsteekt .Langs de N .wal opvarende is deze vanaf K.M.R. 547 tot 545 steil ,behoudens een kleine ondiepte net boven K.M.R. 546 ,( BUTTENSTEIN met De PFALZ ) over ongeveer 250 m die 30 m uitsteekt . Dwars van CAUB , bij K.M.R. 546 liggen midden in de rivier weer enige rotsen , de CAUBERFELSEN ( op K.M.R.545,9 de PANNENSTILER Ka-1,20 m en op K.M.R. 545,1 de KATZENSTEIN Ka-1 m ) en halverwege K.M.R. 545 en 544 het WILDE GEFÄHR ( KOHLLEY met de bank WEGSTEIN ) , deze zijn door een strekdam met elkaar verbonden . Hierdoor zijn hier twee vaarwaters gevormd . Het N.vaarwater heet het Caub - WATER ( KAUBER WASSER ) , het Z. vaarwater het WILDE GEFÄHR . In het Z.vaarwater aan de Z.wal heeft men vanaf K.M.R. 546 tot ongeveer200 m beneden K.M.R. 545 een goede ankerplaats , de "ZANDWEG ", genaamd hier is de Z.wal steil . De opvaart passeert bijna zonder uitzondering door het N. vaarwater , het z.g. "CAUBER WATER ". Voor de afvaart is het vaarwater niet geschikt , zodat deze altijd het WILDE GEFÄHR , dus het Z.vaarwater neemt . Door het CAUBER WATER opvarende houdt men aanvankelijk dicht de strekdam , welke tot even beneden K.M.R. 545 steil is . Verder naar boven is de diepte langs de strekdam iets minder. In de regel gaat men ter hoogte van K.M.R. 545 naar de N . wal over .Deze wal is tot ongeveer 400 m boven K.M.R. 545 steil . Verder op wordt de diepte geleidelijk minder , terwijl onmiddellijk boven K.M.R. 544 enkele rotsen liggen , waarop C.P. - 1,10m water staat .

ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 22 nov 2019 14:05

De RIJN als VAARWATER deel 24 .
Tussen St Goar en Bingen moest je gebruik maken van lootsen , daar het vaarwater grimmig was . De lootsen te St Goar kwamen meestal per schaluppen ( roeiboten aan boord en lieten zich na het te belootsen traject voor de stroom terug drijven . Een volgend station voor de opvaart was Kaub , waar ze met een motorvlet aan boord gebracht werden . Te bingen werden de lootsen weer opgehaald en de opvarende lootsen per eigen busje weer naar Kaub . Je had 2 soorten lootsen n.l één voor de opvaart en één voor de dalvaart .
Verder vanaf K.M.R. 544 .
Rotsen en grond steken ongeveer100 m van de N.wal af en zijn door zwarte tonnenof boeien aangeduid .( N.wal K.M.R. 544,1 de OBERTALER LEYEN Ka-1,5 m en tot K.M.R.543,1 de HARISCHGRUND Ka-0,8 m ) Deze houdt men even over B.B.Hiertegenover aan de Z.wal ligt de BACHEARACHER WERTH ,met een ondiepte de FLOSSENREISSER Ka - 3,2 m ) die omgeven is door een strekdam , waarvan de benedenpunt zich uitstrekttottegenover het begin van het WILDE GEFÄHR . Deze werth ligt vanaf BACHARACH naar beneden tot de ankerplaatsde ZANDWEG tegenover CAUB .Het vaarwater is hier vanaf K.M.R. 544 tot ongeveer 700 m daarboven zeer smal doordat de BACHARACHER WERTH tot ruim over het midden van de rivier uitsteekt . Vanaf het CAUBERWATER aan de N.wal opvarendehoudt men de hier liggende zwarte tonnen even over B.B.Deze koers houdt men tot bijna aan K.M.R. 543 , waarna men naar de Z.wal oversteekt . ( Midden in de rivier K.M.R. 543 de KLOSTERLEYEN Ka-1,80 ) Voor BACHaRACH is de Z.walsteil , maar slechts over een kleine afstand . Bovendeze plaats liggen de BACHARACHER LEYEN , waarop een diepte C.P.-1,40 m bedraagt en de LORCHHAUSERGRUND , waarop dediepte C.P.- 1,8 m bedraagt . Beide gronden strekken zich van BACHANRACH , bovenwaarts tot K.M.R. 540 tot even beneden de aanlegsteiger van NIEDERHEIMBACH uit , natuurlijk geleidelijk minder breed . ( N.wal K.M.R. 543 de seinpost WIRBELLEY ; entussen K.M.R. 542,5 en 541 achtereenvolgens , GRUBENLEYEN Ka-1,5m ; GROSCHELEY ; KREUZBANK Ka- 1m ; en LORCH met de stroom WISPER en de WISPERGRUND Ka-1 m en de GRÜNLEY K.M.R. 540 .en de ruine NOLLICH ).Halverwege K.M.R. 543 en542 gaat men weer naar de N.wal . Hier liggen weer enige rotsen , de GROSCHE LEY , met de WISPERGRUND , in aansluiting met de GROSSER WERTH en de KLEINER WERTH . Z.wal K.M.R. 541 RHEINDIEBACH en K.M.R. 540 NIEDERHEIMBACH met gebouw Märchenhain Men vaart hier middenwaters op tot aan de benedenzijde van de GROSSER WERTH , alwaar men naar de Z.wal oversteekt .Tot aan de bovenzijde van NIEDERHEIMBACH kan mendicht langs de Z.wal opvaren . Onmiddellijk boven NIEDERHEIMBACH K.M.R. 538,2 tot 537,5 Z.wal de BÜRGSTEIN en de SOORECKER LEYEN Ka-0,6 m en de Burg Sooneck ) , waarvan de beneden zijde door rode tonnen wordt aangeduid . Ter vermijding van de SOORECKER LEYEN houdt men circa 40 m uit de koppen der hier liggende kribben . Boven deze kribben is de Z.wal over korte afstand steil . Boven K.M.R. 537 liggen weer een aantal kribben en een grond . ( HODEL GRUND ) .( N.wal , K.M.R. 537 de rots GROSSER WACKEN ka-2,7 m en op K.M.R. 536,5 de KLEINER WACKEN Ka- 0,8 m , tussen K.M.R. 536 en 535 de GÄNSE GRUND Ka - 0,6 m en op 534,9 de TEUFELS - KADERLEYEN Ka-0,6 m ) . Ook hier blijft men circa 40 m van de koppen der kribben verwijderd .Nadat men de bovenste der Kribben ( HOBEL GRUND ) is gepasseerd , wordt de vaardiepte minder en houdt men tot op het midden van de rivier af . Op deze grond , die boven TRECHTINGSHAUSEN ligt , staat CP- 0,7 m water . ( Z.wal , K.M.R. 535 tot 534 TRECHTINGSHAUSEN kasteel FALKENBURG , ROTS MORGENBACH Ka - 1,2 m ende MORGENBACH FELSEN , tevens de CLEMENS KAPEL . ; met aan de N.wal de CLEMENS GRUND Ka-4 m )Aan de N.wal ligt in aansluiting op de grond , waarop de KLEINE WERTH ligt , naar boven toe een grond , die zich uitstrekt tot even boven K.M.R. 534 . Ruim 600 m boven de KLEINE WERTH ligt in bovengenoemde grond een rots , deGROSSEN WACKEN ( C.P. _ 2,8 m ) en halverwege K.M.R.537 en 536 liggen de KLEINE WACKEN , twee rotspunten bij elkaar ( C.P.- 0,9 m ) . Verder naar boven staat op de grond C.P.- 0,7 m water . Deze grond is door twee zwarte tonnen of boeien aangegeven . De afvaart moet hier rekening mede houden , daar deze vanaf K.M.R. 534 tot even beneden K.M.R. 539 de N.wal houdt . Opvarende houdt men omstreeks halverwege K.M.R. 535 en 534 aan de N.wal over , die men hier over een afstand van ongeveer 400 m dicht kan naderen . Verder naar boven circa 300 m beneden K.M.R. 534 begint de CLEMENSGROND , voor ASSMANSHAUSEN , wwarop de diepte C.P.- 3,4 m bedraagt . Deze ondiepte , die zich tot even beneden K.M.R. 533 uitstrekt , steekt tot midden in de rivier uit en is door twee zwarte tonnen aangegeven , welke men even over B.B.houdt . ( Z.wal , K.M.R. 533 burg RHEINSTEIN en K.M.R. 532,4 Hotel Schoneck ) Boven de CLEMENSGROND kan men tot ongeveer halverwegeK.M.R. 533 en 532 kort langs de N.wal opvaren Meer bovenwaarts liggen onder de N.walde LEISEN ( LEISTEN Ka - 4,5 m ) en de RÖDELSTEIN ( RODELSTEIN Ka - 0,7 m ) en ASSMANNSHAUSEN ) verschillende rotspunten bij elkaar , waarop de diepte C.P.- 1,2 m is . Evenals de CLEMENSGROND steken de LEISEN en de RÖDELSTEIN tot over het midden van de rivier uit en worden zij door twee zwarte tonnen aangegeven .Ook hier houdt men deze tonnen even over B.B. . Met losse vaartuigen, dus zonder sleep , kan men bij M.W. langs de N.wal opvaren ,dus binnen de genoemde rotspunten door . In dit geval houdt men dicht langs de N.wal op . Deze wal is behoudens een kleine ondiepte , even beneden K.M.R. 531tot ongeveer dwars van de MUIZENTOREN , steil .

ossebaar.j
Berichten: 703
Lid geworden op: 02 jan 2007 09:50
Locatie: purmerend

Re: Re: Rijnvaart Atlas

Bericht door ossebaar.j » 24 nov 2019 14:15

De RIJN als Vaarwater , deel25 vanaf ASSMANNSHAUSEN .
Welke koers men boven K.M.R. 532 houdt , hangt af van de seinen , die op de MUIZENTOREN worden aangegeven . Men vindt hier namelijk twee vaarwaters , die door een grond en rotspunten , waarop in de lengte-as der rivier een strekdam ligt , van elkaar zijn gescheiden . Nu de diepte in beide vaarwaters vrijwel gelijk is ,wordt er naar gestreefd de opvaart door het BINGERLOCH , dat is het N vaarwater te laten passeren , terwijl het tweede of nieuwe vaarwater zoveel mogelijk voor de afvaart wordt gehouden . Wanneer men door het vaarwater in het BINGERLOCH moet varen , houdt men tot K.M.R. 531 kort langs de N.- zijde van de strekdam . Bij K.M.R. 531 houdt men sterk van de strekdam af voor de hier beginnende grond . ( CONCORDIA ) . Men houdt de bovenwaarts liggende rode tonnen even over S.B. ( Als loods aanwijzing het volgende . Men vaart tot het loch , en houdt de raamopeningen van de Burg Ehrenfels in de gaten . Als er door je plaats verandering , de doorkijk gesloten werd ,moest je ACHTER de LOCHSTEINE , uit de stroom , het LOCH insturen . Als je het ANDREAS kruis gepasseert was ( de grond LANGER ORT ) , dan was je door het LOCH . Als je geluk had dan kon je aan de oever zien hoeveel het verval was . ) Omstreeks halverwege K.M.R. 531 en 530 bevindt men zich in het eigenlijke BINGERLOCH , de zwaarste stroomplaats , waar de breedte van het vaarwater gering is . Boven het BINGERLOCH vaart men , rekening houdende met de FIDDEL ( rots aan de N.wal , K.M.R. 529,9 Ka - 1,2 m en op K.M.R. 529,1 de rots MÜHLSTEIN Ka - 5,1 m ) , en de grond waar deze rotspunten door omgeven zijn , op 60 á 70 m uit de N.wal op . Wil men de schepen voor de stad BINGEN neerleggen , dan houdt men bij K.M.R. 529 naar de Z.wal . Moet men opvarende het NIEUWE VAARWATER nemen , dan vaart men aanvankelijk langs de Z.zijde van de strekdam op . Even boven K.M.R. 531 houdt men circa 50 m van de strekdam af , waarna men verder de rode tonnen , welke de "NAHEGRUND ",aanduiden , even over S.B. houdt . De diepte op de NAHEGRUND ( Bg-1,7 m ) , welke tot op het midden van de rivier uitsteekt , bedraagt B.P.-1,4 m . Boven de NAHEGRUND is de Z.wal steil , de grond strekt zich van even beneden de onderste aanlegsteiger van BINGEN tot de MUIZENTOREN uit .Beneden de MUIZENTOREN is een kleine haven . Van deze haven tot bijna aan K.M.R. 532 ligt een strekdam aan de Z.wal , die langs de koppen der daar liggende kribben ligt .Deze strekdam is aangelegd om de stroom LEIDING te geven in het NIEUWE VAARWATER . Aan de benedenzijde van de strekdam volgen nog vijf kribben , die allengs korter worden . Bij het bevaren van de rivier tussen St.GOAR en BINGEN in stroomowaartse richting moet men goed letten op de seinen , die door de waarschuwpostenworden angegeven . Deze waarschuwposten bevinden zich op de volgende plaatsen ( in opvarende richting )
No . 1 . Even boven St Goar aan de bank bij K.M.R. 555,41 Z.wal ;
No. 2 . Tegenover de LORELEY bij K.M.R. 554,35 . Z.wal ;
No . 3 . Aan de Betteck bij K.M.R. 553,61 . Z.wal ;
No . 4 . Tegenover Kammereck bij K.M.R. 552,68 N.wal ;
No . 5 . Bij Oberwesel bij K.M.R. 550,7 Z.wal , Ochsenturm ;
No . 6 .Aan de Wirbeley bij K.M.R. 543 N.wal ;
No . 7 . Beneden het Bingerloch bij K.M.R. 531,1 aan de N . wal . Deze post geeft de voorgeschreven seinen van de Muizentoren , nodig voor het bevaren van het Bingerloch , alleen door , bij slecht zicht . ;
No . 8 . Op de Muizentoren bij K.M.R. 530,18 ;
No . 9 . Beneden Rudesheim tegenover de Krausau bij K.M.R. 528 , 6 .



Plaats reactie